Kind en rouw. Wanneer moet je je zorgen maken?

Een oud Nederlands gezegd luidt; de dood kent geen lieve kinderen wat zoveel betekent als iedereen sterft vroeg of laat. Maar wat weten we eigenlijk over de dood en kinderen? Hoe uit rouw zich bij hen? Door een casus werd ik getriggerd om me hier in te verdiepen. Er was sprake van een complexe echtscheiding in een gezin met drie kinderen. Bij de scheiding was er een verdeling gemaakt waarbij de twee oudsten, twee meisjes van zeven en negen bij vader waren gaan wonen. Het jongste kind bleef bij moeder.

Plotseling overleed het jongste kind; een jongetje van drie door een ongeluk. De strijd van de scheiding zette zich door in de periode na het overlijden. Ouders hadden ruzie over het afscheid, de uitvaart en de plek waar hun zoon begraven moest worden. Hierdoor was er weinig oog voor het rouwproces van hun twee dochters. In de casuïstiekbespreking werd de vraag gesteld of de kinderen doorverwezen moesten worden naar de GGZ om hen te helpen bij het verwerken van dit verlies. De juffrouw had aangegeven zich zorgen te maken omdat de kinderen helemaal niet leken te rouwen maar door leken te gaan met hun gewone leven.

Rouw is een individueel proces

Het is een vaak gehoorde misvatting dat er vaste, uniforme reacties optreden. Maar rouw is een individueel proces met uiteenlopende emoties en lichamelijke verschijnselen. Nabestaanden kunnen verbijstering, ongeloof angst en woede voelen. Dit kan zich, zeker bij kinderen, uiten in hoofdpijn, buikpijn of bijvoorbeeld misselijkheid. Zowel volwassenen als kinderen kunnen last krijgen van herbelevingen, vermijdingsgedrag, verhoogde waakzaamheid, concentratieverlies en slaapproblemen. Over het algemeen wordt dit na verloop van tijd minder. Een kind heeft dan ook niet altijd GGZ hulp nodig na een verlies. Een kleine groep, ongeveer 10 % loopt vast. [i] Een deel, ongeveer 40% raakt ernstig ontwricht maar herstelt binnen ongeveer een jaar. De meeste mensen, jong en oud, ervaren niet/ nauwelijks problemen. Persoonskenmerken van de rouwende, kenmerken van de verliesgebeurtenis en sociale reacties na het verlies kunnen complicerend zijn.

Bij kinderen is rouw een slingerend proces

Hoewel het soms lijkt alsof het normale leven van een kind of jongere na een paar weken weer de overhand neemt, is dit niet zo. Stroebe en Schut ( 1999) omschreven het als een slingeren proces waarbij de rouwende soms geconfronteerd wordt met het verlies maar ook herstelgerichte ervaringen opdoet. Het kind zal weer deel gaan nemen aan de veranderende wereld maar op bijvoorbeeld verjaardagen of andere speciale dagen die doen denken aan de overledenen, toch weer geconfronteerd worden met het verlies.

Rouwfases

Vaak wordt gesteld dat rouwverwerking verloopt aan de hand van vaste stadia of fases. De vijf verschillende rouwfases zijn omschreven door psychiater Elisabeth Kübler-Ross. Hoewel zij deze fases in een bepaalde volgorde omschrijft, hoeft deze volgorde niet strikt gevolgd te worden. Tegenwoordig wordt gesproken over de vier rouwtaken (William Worden)  die een rouwende moet doorlopen . Dit zijn:

  1. Het onder ogen zien van het verlies, laten doordringen dat het werkelijk waar is
  2. Het ervaren van de pijn van het verlies, bijv. verdriet, angst, boosheid, schuldgevoelens
  3. Zich aanpassen aan het leven zonder de ander: praktische dingen, je identiteit, toekomstbeelden.
  4. Aanpassen; de overledene emotioneel een plaats geven en verder gaan met het veranderde leven.

Met name kinderen kunnen erg gericht zijn op anderen, bijvoorbeeld de overgebleven ouder en daardoor zelf niet toekomen aan hun eigen rouwproces.

Rouw en ontwikkelingsfasen van een kind

Rouw bij kinderen vindt plaats terwijl zij zich ontwikkelen. Hierdoor heeft en langverwacht verlies zoals bij kanker invloed op diverse ontwikkelingsfasen. Het risico voor de ontwikkeling bestaat enerzijds uit vervreemding tussen ouder en kind en anderzijds isolatie van het kind en diens gezin. Zo mochten er in een gezin wat wij begeleidden en waar de moeder borstkanker had, geen vriendjes en vriendinnetjes komen spelen omdat moeder zich vaak te moe en ziek voelde. Men ging niet langer naar verjaardagen en feestjes door de ziekte van moeder.

Gedragsproblemen ten gevolge van rouw

Gedragsproblemen maskeren soms de rouw. Zo bleek bij een zestienjarige jongen die  plotseling niet meer naar school ging en uiteindelijk een jeugdreclasseringsmaatregel opgelegd kreeg, dat uitgestelde rouw de onderliggende oorzaak was. Zijn moeder was overleden toen hij nog jong was en hij was verder opgegroeid bij opa en oma vaderszijde.  Doordat hij zich vrij snel weer verder gegaan was met de dagelijkse dingen bestond het beeld dat hij het verlies goed verwerkt had. Hij had echter altijd vermeden om over zijn moeder te praten. Een bezoek aan de familie van zijn moeder had iets getriggerd waardoor hij last kreeg van somberheid, slaapproblemen en concentratieverlies. Op dat moment in zijn leven werd het verlies lastig en had hij professionele ondersteuning nodig.

Verstoorde rouw

Men spreekt van verstoorde rouw wanneer er sprake is van de volgende elementen:

  • Een aanhoudend en/of kwellend verlangen naar de overledene
  • De dood niet kunnen accepteren
  • Ongeloof
  • Alleen voelen
  • Het wereldbeeld wat is veranderd.

Therapie kan dan ondersteunend zijn. Ook bij de twee aan het begin genoemde meisjes bleek er noodzaak voor professionele ondersteuning. De therapie richtte zich op het verwerken van het verlies. Voor hen betekende dit dat het verlies niet meer altijd en overal aanwezig was. Ze kregen controle over de pijn in plaats dat de pijn controle had over hen. Ze hebben geleerd dat het altijd een beetje pijn zal blijven doen, zeker op belangrijke dagen maar dat ze hiermee om kunnen gaan. Hun ouders werden ook bij de behandeling betrokken en kregen parallel aan de gesprekken van hun dochter zelf een aantal sessies. Gelukkig bleken ouders in staat om hun strijd te staken ten behoeve van het proces van hun kinderen.

Caroline Karssen, gedragswetenschapper Jeugdbescherming west

De beschreven praktijkvoorbeelden zijn geanonimiseerd. De situaties zijn zo beschreven, dat deze niet herleidbaar zijn tot bestaande personen.

[i] Bron: presentatie Mariken Spuij 28-02-2017 en boek: ‘Rouw bij kinderen en jongeren, over het begeleiden van verliesverwerking’, Mariken Spuij

One thought on “Kind en rouw. Wanneer moet je je zorgen maken?

  1. In 1991 ben ik aan de UvA afgestudeerd als orthopedagoog op het onderzoek “herkennen van rouwsignalen bij adolescten in een residentiële setting. Het onderzoek is samen met Wiebe Helder uitgevoerd in de destijds bestaande RIJM Eikenstein – De Lindenhorst.
    Naast de informatie die Mariken geeft, denk ik dat ook in ons onderzoek duidelijk werd dat de fasering van jeugdigen sterk uit een kan lopen, dat sociaal-culturele aspecten van groot belang zijn bij het herkennen door professionals en dat een onverminderde roep om aandacht voor dit thema binnen het onderwijs noodzakelijk is.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s